Nadat deze man in een bejaardentehuis overleed, ontdekten de verpleegsters iets dat hun leven veranderde.

Elke dag wachtten duizenden ouderen in bejaardentehuizen ongeduldig op bezoekers of minstens toch op een telefoontje van hun familie. Maar op het einde van hun leven blijven hun harten, die niet lang meer zullen kloppen, vaak teleurgesteld achter. Wanneer een oude man, die de verpleegsters alleen kennen als een knorrepot, overlijdt en zijn kamer wordt schoongemaakt, vinden ze iets dat hun harten zo diep ontroert en hen zelfs tot tranen beweegt.

f3a13922b523470637518fa5fb3be3c1-800x535

Tussen de bezittingen van de patiënt, herinneringen aan een heel leven, vinden ze dit gedicht:

Wat zien jullie verpleegsters? Wat zien jullie?

Wat denken jullie wanneer je naar mij kijkt?

Een zieke oude man, niet erg slim,

Onzeker in zijn gedragingen, met blik op oneindig?

Wie zijn eten afslaat en geen antwoord geeft.

Wanneer jullie met luide stem zeggen, “Ik wou willen dat je probeert!”

Wie merkt de dingen die jullie doen niet op.

En altijd dat zoek geraken … een sok of een schoen?

Wie, zich verzetten of niet doen zoals jullie willen?

Met baden en voeden, de hele dag te vullen?

Is dat wat jullie denken? Is dat wat jullie zien?

Open dan je ogen verpleegster. Je kijkt niet naar mij.

Ik zal je vertellen wie ik je ben, zo stil als ik hier nu zit.

Zoals ik doe op je verzoek, zoals ik eet wanneer jij wil.

Ik ben een klein kind van 10, met een vader en een moeder.

Broers en zussen, die van elkaar houden.

Een jonge jongen van zestien, met vleugels aan zijn voeten.

Dromende dat hij vroeg of laat een liefje zou ontmoeten.

En snel naar de twintig, maakt mijn hart een sprongetje.

Mij de beloften herinnerend, waaraan ik mij zou houden.

Op mijn 25 heb ik zelf kinderen.

Die mij nodig hebben om te leiden en een veilige, gelukkige thuis.

Een man van dertig, mijn kinderen groeien snel nu.

Aan elkaar gebonden, met banden die moeten houden.

Op veertig zijn mijn jonge zonden opgegroeid en gegaan,

Maar mijn vrouw is aan mijn zijde, om te zien dat ik niet zeur.

Op vijftig spelen er opnieuw baby’s aan mijn knieën.

Opnieuw kennen we kinderen, mijn geliefde en ik.

Donkere dagen breken aan, mijn vrouw is nu dood.

Wanneer ik naar de toekomst kijk, huiver ik.

Mijn kinderen hebben zelf kinderen onder hun vleugels.

En ik denk aan de jaren, en de liefde die ik heb gekend.

Ik ben nu een oude man, en de natuur is wreed.

Oud zijn is net om je voor de gek te houden.

Het lichaam kraakt, elegantie en kracht verdwijnen.

Nu is er een steen waar eens een hart was.

Maar binnen dit oude karkas leeft nog steeds een jonge man.

En af en toe groeit mijn geplaagde hart.

Ik herinner de vreugde, ik herinner de pijn.

Ik denk aan al die jaren, te weinig, te snel.

En aanvaard het harde feit dat niets voor eeuwig is.

Dus open je ogen, mensen, en zie:

Niet een zieke oude man,

Lijk dichter, zie mij!

45c8c7f44a94d17a3d7616735c9db44f-641x800

Neem niet zomaar aan dat “oude grootvader” naast jou de dingen niet meer ziet. Hij leeft en voelt net zoals jij. In elk lichaam klopt een hart dat jong blijft, zelfs wanneer het lichaam in verval is. Herinner de woorden van deze oude man telkens wanneer je bejaarde mensen ziet en behandel hen op de manier die ze verdienen om behandeld te worden.

Deel dit gedicht met iedereen die je kent en denk eraan dat we in onze harten nooit ouder worden.

Facebook-Logo-300x144 (1)